Thema-opening advent 2013 op de basisschool

1
403
powerpoint

Armoede (op den) buiten !

 

VOORAF

 

Decor : landelijk tafereel (wat stro, riek of hak, rubberlaarzen,…)

Projectiemateriaal

Muziekinstallatie

Materiaal toneel (2)

Ev. hangt grote affiche al uit

Bij het binnenkomen klinkt rustige “country”-muziek.

 

VIERING

 

Jaarthemalied Arkorum

 

Open je ogen

en zie de kaars die brandt.

Open je ogen

en zie de vlam die danst.

 

Want als je ogen het goede zien,

weten je handen wat ze zullen doen.

Dan zegt je mond waar het op staat.

Weten je voeten waar ze zullen gaan;

je oren wat ze moeten horen.

Dan weet je hart waar het om gaat.

 

Zie je het kruisje:

het teken van de hoop.

Zie je het kruisje:

er is leven na de dood.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Goed gezien ! aanbrengen adventskrans

Juf komt op met grote valies. Zingt of neuriet verder het lied… zie de kaars die brandt…

Ze haalt haar “attributen” uit.

Juf : zo, ik heb al mijn kaarsen voor de krans, ja, kaarsen, daar weten we alles van sinds onze startviering. Ik heb ook een groot rood lint… . En mijn krans ! toont de krans

Maar die is zó kaal !

Ja, zo vind je ze ook wel in de winkels. Kale kransen.

“Modern”, noemen ze dat. Ik zag ook al een omgekeerde kerstboom, beeld je in !

Maar neen, niks voor mij, geef mij maar een ouderwetse groene krans.

Maar waar vind ik groen ?

In mijn stadstuintje groeien amper 2 kale takken. Dat volstaat niet.

Juf staat na te denken.

Robby komt in beeld – laarzen aan.

Juf : Dag Robby ! Hallo, da’s lang geleden.

Robby : Dag juf. Ja, heel lang geleden. Ik zag je laatst vorig jaar in de advent.

Juf : Ja, da’s waar Robby. Dan heb je ons verteld over Rosa en Kamiel, 2 bejaarde mensen die het niet zo gemakkelijk hadden. En jij ging die bezoeken. Ze mochten zelfs mee naar jouw school, dat herinner ik me. Hoe is het nu met hen ?

Robby: Ze stellen het goed. Mijn vrienden en ik gaan ze wekelijks bezoeken. We vertellen over school en we kaarten samen.

Juf : Kom je ons deze advent weer je avonturen vertellen ? Waar trek jij trouwens naartoe ? Je hebt je gummi-laarzen aan !

Robby : ja, de juf vroeg me die mee te brengen. Zelf heb ik die niet. Maar kijk, ik mocht ze lenen van Kamiel. We hebben krak dezelfde maat. Maar nu moet ik me haasten, de juf zei

ons zeker op tijd te komen want ze heeft een verrassing…

Robby loopt weg… en keert terug

Robby : mag ik je valies lenen ? Nodig !!! en loopt vlug weer weg, de valies mee… en stapt over in het volgende decor:

 

3. starttoneel : Robby op den buiten

Het startschot geven met een toneeltje van het eerste stukje verhaal is een sterke, motiverende start voor het project voor de leerlingen. Laat het spelen door een groepje leerlingen en leerkrachten. Een andere mogelijkheid is een ppt maken van het verhaal met èchte foto’s van de leerlingen en tekstballonnen. Projectie terwijl het verhaal voorgelezen wordt. -Met dank aan juf Michèle Chielens (Sint-Lutgard) voor het omzetten van het verhaal in dialoog-vorm –

Verteller: Uitgelaten stormen Robby en Jeroen de klas binnen. Ze zijn nog helemaal 
 in de ban van hun spelletje politie en boef tijdens de speeltijd. Als ze het 
 mooi versierde bord zien, vallen ze even stil. “Op den buiten,” prijkt er in 
 sierlijke letters vooraan in de klas. Ook Lena en Fatmira hebben het gezien.

 

Lena: (nieuwsgierig) Wat zou dat zijn?

 

Verteller: Al snel ontstaat er een druk gesprek.

 

Kind a: Zouden we buiten gaan spelen?

 

Kind b: Of gaat ’t over het platteland?

 

Kind c: En wat is dat precies, het platteland ?

 

Juf: Jongens, meisjes, even aandacht!

Verteller: De juf legt haar opgewonden klas kordaat het zwijgen op. Jeroens vinger 
 schiet de lucht in. Hij stelt de vraag die op de lippen van al zijn 
 klasgenootjes brandt:

Jeroen: Juf, waarom staat er “Op den buiten” op het bord?

Juf: Dat heb je goed gezien.(lacht) Dat woord staat daar omdat ik jullie graag wat 
 uitleg wil geven over een project waar we met onze klas aan gaan werken. 

Verteller: De juf begint te vertellen over een uitwisseling die eraan komt. 
 Met de hele klas zullen ze enkele dagen les volgen in een dorpsschooltje op 
 het platteland. Alle leerlingen verblijven in een gastgezin. Robby’s 
 gedachten dwalen bijna onmiddellijk af.

Robby: (stilletjes tegen zichzelf) Ik vind ’t allemaal wel spannend, maar ik maak me 
 toch zorgen: wat gaat dat weer kosten? En hoe zullen ze daar geraken? 
 Mama was vorige keer al boos toen ze een busticket moest kopen. En dan 
 nog blijven slapen…

Verteller: Robby denkt aan zijn pyjama die een beetje te klein is. Zullen ze hem daar 
 niet mee uitlachen? En wie moet Jordy dan elke morgen naar school 
 brengen? Robby ziet het even niet meer zitten.
 Juf Sofie haalt Robby weer uit z’n gedachten:

Juf: Wie weet er iets over het platteland? ( Ze kijkt haar klas vol verwachting aan.)

Ben: Daar wonen alleen maar boeren… En koeien. BOEE !

Jef: Is daar wel iets te beleven?

 

Anne: Mijn oma woont op een boerderij. Het is geweldig om daar te gaan logeren. In 
 de zomer spelen we verstoppertje in de velden rond het huis en als het wat 
 kouder wordt kunnen we verse warme chocomelk drinken.

 

Lena: Ja. (schiet ook recht) Ik las pas nog een boek over kinderen die allemaal 
 avonturen beleven op het platteland. Ze kweken zelfs hun eigen groenten en 
 fruit, zitten altijd in het groen en kunnen buiten spelen wanneer ze maar 
 willen.

 

Ben: (mompelt binnensmonds) En toch ga ik niet mee naar dat stomme platteland.

 

 

Juf: Rustig Ben, kijk eerst maar mee naar de koffer van de andere klas. Die is vanmorgen aangekomen ! (juf pakt de koffer en plaatst hem op tafel)

 

Klas: Koffer? ( Een klas vol vragende gezichtjes staart haar aan.)

 

Juf: Alle kinderen van de klas waarmee we gaan uitwisselen hebben 
 samengewerkt aan een koffer, speciaal voor ons. Iedereen heeft er één 
 voorwerp van zichzelf in gestoken en een fiche met wat meer uitleg over wie 
 ze zijn. Verder zit er ook nog een vragenlijst voor ons in, én iets waar ze met 
 de hele klas aan gewerkt hebben.

 

(Het geroezemoes in de klas wordt weer luider)

 

Jeroen: Juf , juf, gaan wij dan ook zo’n koffer maken? Want de andere klas moet ons 
 toch ook kennen, hé?

Juf: (lacht) Geen paniek! Jullie mogen eerst je eigen gastgezin wat beter leren 
 kennen, en dan gaan we zelf ook aan de slag.”

 

(Juf doet de koffer open en deelt de fiches uit)

 

Verteller: Al snel blijkt dat Robby en Jeroen samen in het gezin van Ruben terecht 
 zullen komen. Robby is stiekem blij dat hij er niet helemaal alleen voor 
 staat. Met Jeroen aan z’n zij voelt hij zich toch altijd een beetje zekerder. In 
 zijn ooghoek ziet hij Lena knipogen naar Fatmira, die glunderend haar duim 
 opsteekt. Ook zij zullen samen naar het platteland trekken.

 

Lena: Wij mogen op bezoek bij Jana.

 

Jeroen: (leest) “Ruben heeft 2 zussen. Ze wonen in een groot huis met een tuin.”

 

Verteller: Als Robby Rubens foto ziet, wordt hij een beetje stil. Ruben draagt wel erg 
 chique kleren, hij is vast superrijk. Wat zal hij wel niet van Robby denken?

 

Fatmira: (leest) “Jana heeft een klein broertje heeft waar ze vaak voor moet zorgen 
 sinds haar papa overleden is.”

 

Robby: (denkt luidop) Hé, die Jana moet net als ik ook op haar broertje letten. Wat zou ik 
 graag bij Jana logeren.

 

Verteller: Gelukkig is er daarna niet veel tijd meer om te piekeren. Vol enthousiasme 
 beginnen de leerlingen aan hun eigen koffer.

 

Jeroen: Robby, wil jij anders de tekeningen maken over onze school? Jij kan dat zo 
 goed.

 

Robby: (enhousiast) oké! (begint snel)
 Dit wordt de coolste strip die ik ooit heb gemaakt!

 

Verteller: Terwijl Robby de tekeningen verder afwerkt buigt Jeroen zich over de

fiches. Wat verderop zijn Lena en Fatmira ook druk bezig. Langzaam maar 
 zeker krijgt de koffer vorm.

 

Verteller: Een week later is het zo ver: de plattelandsklassen. Alle leerlingen hebben 
 zich verzameld aan de schoolpoort. Het was nog een heel gedoe om op tijd 
 op school te geraken met al die koffers. Robby was de hele avond bezig 
 geweest met de juiste spulletjes bijeen te zoeken. Hij had nog lang liggen 
 piekeren: hoe zal het huis van Ruben eruitzien? Zal ik niet te veel uit de 
 toon vallen? Heb ik wel de juiste dingen meegepakt? Hij had er zelfs nog 
 even aan gedacht om tegen z’n mama te zeggen dat hij ziek was en dus 
 niet mee kon gaan, maar dat durfde hij net niet. Dus staat hij nu tussen de 
 andere kinderen van zijn klas vol spanning te wachten. Wachten op de bus 
 nog wel. Voor Robby is het een meevaller: ze moeten hun vervoer niet 
 betalen. De dorpsschool heeft immers een schoolbus die door de gemeente 
 betaald wordt. En die schoolbus komt hen direct ophalen.
 Na enkele minuten spannend afwachten komt er eindelijk een grote rode 
 bus om de hoek. (eventueel hier afsluiten – of verder spelen )

 

Jeroen: Daar is de bus! (Hij wipt op en neer van opwinding.)

 

Ben: Ik wil vanachter! Ik wil vanachter! (baant zich een weg tussen de kinderen en 
hun koffers.

 

Juf: Even rustig, daar! We moeten eerst al onze koffers in de laadruimte puzzelen. Anders kunnen we niet vertrekken.

 

Verteller: Met veel moeite slepen alle leerlingen kun tassen naar de bus. Onder 
 vakkundige begeleiding van de buschauffeur slagen ze erin alles te doen 
 passen.

 

Juf: En dan nu: hop de bus in, op weg naar de gastgezinnen! We zijn…. Vertrokken!

 

 

 

 

4. WZZ 2013:

 

Voorganger toont affiche.

Korte uitleg over de actie WZZ.

 

WZZ trekt dit jaar naar het “platteland”, naar “den buiten”

Dus trekt Robby dit jaar ook naar den buiten. Samen met zijn hele klas.

Als wij denken aan “den buiten”, dan denken we aan: mooie wandelingen, groene natuur, gezonde lucht, rustige wegen…

Maar Robby en zijn vrienden ontdekken dat wonen op het platteland niet altijd zo leuk is.

Zeker niet als je arm bent. Armoede op het platteland is vaak onzichtbaar en verborgen. Veel plattelandsbewoners durven uit schaamte niet met hun problemen naar buiten komen.

Korte uitleg over:

 

Arm zijn op het platteland is extra moeilijk, want:

 

1. Diensten en voorzieningen verdwijnen

Een klein buurtwinkeltje, de groenteboer en de slager

verdwijnen uit het straatbeeld. Mensen moeten richting een

grotere gemeente of stad om hun boodschappen te doen. Ook

post- en bankkantoren, zorg- en onderwijsinstellingen, sport- en

culturele centra trekken weg. De bereikbaarheid van heel wat

diensten en voorzieningen wordt in landelijke gebieden alsmaar

minder vanzelfsprekend.

Op die manier verzwakt het sociale weefsel binnen het dorp,

omdat net die plaatsen traditioneel een knooppunt zijn van

sociale contacten en ontmoetingen tussen mensen. Een

zwakker sociaal netwerk verhoogt de kansen op vereenzaming

en sociaal isolement.

 

2. Mobiliteit

Paradoxaal genoeg verdwijnt het openbaar vervoer op

het platteland mee met de wegtrekkende diensten en

voorzieningen. Voldoende mogelijkheden hebben om je te

kunnen verplaatsen, is nochtans belangrijk voor de leefbaarheid

van kleinere dorpen en gemeenten. Niet iedereen beschikt

over een wagen, dus heeft niet iedereen op die manier vlot(ter)

toegang tot de stedelijke voorzieningen.

Door de uitgestrektheid van landelijke gemeenten, de beperkte

aanwezigheid van voorzieningen en het beperkte aanbod van

het openbaar vervoer is er op het platteland meer en meer

sprake van vervoersarmoede. Dat verhindert dat mensen

volwaardig kunnen deelnemen aan het openbare leven of zelfs

kunnen voorzien in hun basisbehoeften.

3. Lokaal armoedebeleid

Financieel hebben veel plattelandsgebieden het

moeilijk. De keuze van een lokaal bestuur voor een sterk

armoedebestrijdingsbeleid is dan ook niet altijd eenvoudig.

Toch moeten ook gemeenten op het platteland er duidelijk voor

kiezen om armoede uit te sluiten.

Hoe kleiner de gemeente, hoe kleiner ook het OCMW. De kleine

personeelsploeg moet wel meer afstand afleggen om mensen

te bereiken. Omgekeerd is zo voor de mensen zelf de fysieke

afstand tot het OCMW groter. Daar komt nog de mentale

drempel bovenop. In een kleine gemeente heb je niet de

anonimiteit van de grote stad en mensen schamen zich om de

stap naar hulp te zetten.

Bepaalde groepen plattelandsbewoners zijn het slachtoffer

van die beperkte draagkracht van gemeenten en OCMW’s,

en hebben een hoger risico op onderbescherming. Dat

betekent dat ze geen gebruik maken van de maatschappelijke

dienstverlening waar ze recht op hebben.

4. Huisvesting

Op het platteland zijn betaalbare huizen vaak talrijker in

vergelijking met het aanbod in de steden. Dat trekt mensen in

armoede aan, maar de kwaliteit van de woningen weerspiegelt

vaak die lage prijs. De lagere huurprijs wordt tenietgedaan door

extra hoge energieprijzen. Ook de bereikbaarheid speelt een

rol. Afgelegen gebieden kunnen dan wel goedkoper zijn voor

je woonkost, andere zaken zoals de wekelijkse boodschappen

worden moeilijker en soms duurder.

Bovendien is het aanbod op de socialehuisvestingsmarkt in

landelijke gebieden erg beperkt, waardoor veel kwetsbare

mensen uit de boot vallen. Maar werk maken van

socialewoningbouw op het platteland moet wel hand in hand gaan met een goede én vlot bereikbare dienstverlening.

 

Welzijnszorg strijdt al meer dan 40 jaar tegen armoede in ons land.

En ze trekt aan de mouwen van de politiekers: doe iets aan de armoede in ons land !

Wat kunnen wij doen ?

De avonturen van Robby meebeleven

Soep op de stoep-actie

Signaal van protest : sleutel tekenen (sleutel van een deur naar een leven zonder armoede) – sleutels bestellen bij WZZ of zelf knutselen of online tekenen

Collecte in de kerk

5. Thema-lied WZZ

We gaan op reis, we gaan op pad,

Naar heel wat anders dan de stad.

Naar het platteland op den buiten.

Er is zo veel gelijk, iedereen belange-rijk.

Armoede overal uitsluiten.

Want samen zie je zoveel meer.

Je ogen verrassen je steeds weer.

 

Een koffer vol herinneringen.

Wat stop ik er allemaal in ?

Hoe wil ik me aan de wereld tonen?

Wat heeft het meeste zin ?

 

 

We gaan op reis, we gaan op pad..

 

 

6. Aansteken eerste kaars – we bidden samen

Juf staat nog altijd teleurgesteld met de kale krans in haar handen.

 

Juf : Ja, het platteland is groen, maar… mijn krans is nog niet mooi groen, jammer…

Robby komt aangelopen

Robby: Juf ! Ik ga naar het platteland !

Juf: op schoolreis ? nu ? Zo kort voor Kerst ?

Robby: neen, een uitwisseling met een andere klas.

Juf: tof ! Benieuwd wat je daar allemaal zult beleven…

Maar daarmee is mijn krans nog niet klaar…

Robby: juf, daar vind ik echt wel wat groen voor je krans.

Ik breng er mee voor je, een valies vol, beloofd !

Juf: da’s fijn Robby ! Maar zondag start de advent.

Dus ik stel voor dat we toch het eerste kaarsje al laten branden.

 

Robby zet het eerste kaarsje op de krans en steekt het aan.

 

We bidden

Voorganger :

God,

In december is het koud en donker.Tijdens de Advent kijken we samen uit

naar licht en warmte.We steken de eerste kaars aan. Het is nu niet meer donker, wij zitten in het licht. Zo zien wij elkaar wat beter, zo kunnen we ook voor de ander zorgen.

En samen bouwen aan

een wereld zonder armoede.

 

We bidden samen :

 

 

Ik wil me klaar maken

voor het feest van Jouw komst, Jezus.

Ik wil licht brengen

zoals deze kaars.

Ik wil goed en lief zijn.

Vooral voor mensen die het moeilijk hebben,

voor mensen die leven in armoede.

Help je mij, Jezus ?

 

 

 

Ev. als slot nog eens het thema-lied zingen