kerstwake

0
292

Kerstwake 2012

Het zwarte schaap

Deze laatste week werd de kerststal stap voor stap opgebouwd.
(in school of in elke klas apart – zie bundel pastoraal december)
Vandaag tijdens deze viering komen ook de schaapjes erbij.
En … het kleine kerstekind.

Rustige muziek bij het binnenkomen.
De kerk/ruimte is schaars verlicht.

1 voorganger
1 leerkracht is verteller van het verhaal
4 kinderen-schapen (lezers)
2 kinderen-os en ezel (lezers)
1 kind-herder (lezer)

Ofwel kan de grote kerststal van de kerk gebruikt worden om de schapen bij te plaatsen tijdens de vertelling, ofwel een kleine kerststal zichtbaar opgesteld. (b.v. op het altaar)
Na het lezen van het evangelie wordt ook het kerstkindje in de kribbe gelegd in deze grote of kleine stal .

De 3 adventskaarsen branden al.

1. Adventslied : Het is weer zover
-we zingen 3 strofes-

Het is weer zover,
Het is weer advent.
Kijk hoe het eerste kaarsje brandt,
Een vuurtje dat loopt
Dat maakt ons bekend,
Licht zal er komen
Licht in ‘t land.

Wat een geluk
En zing het maar uit
Lichtje ga nimmer
Ga nimmer meer uit.

Het is weer zover
Het is weer advent.
Wacht ‘s de tweede kaars gaat aan.
Een lied over licht
Een lied dat je kent.
Laat het maar horen
Hef het maar aan.

Wat een geluk
En zing het maar uit
Lichtje ga nimmer
Ga nimmer meer uit.

Het is weer zover
Het is weer advent
Zie ik dat goed, doet drie het ook ?
Ja drie doet het ook
Je raakt al gewend,
Licht van het licht
Verga niet in rook.

Wat een geluk
En zing het maar uit
Lichtje ga nimmer
Ga nimmer meer uit

 

2. Verhaal
Verteller : het is al bijna Kerstmis. Er branden al 3 kaarsen op de adventskrans. Mama heeft deze week de stal al klaargezet.
Een houten huisje met een dak van stro. Stukjes mos liggen er omheen en hier en daar staan kleine paddestoeltjes. Net echt, vinden de kinderen.
Deze laatste week voor Kerst mogen ze de beeldjes uitpakken. Elke dag een paar. Dinsdag kwamen de os en de ezel in de stal. Woensdag Jozef met zijn staf. En gisteren mocht het Mariabeeldje erbij.
Nu nog even wachten, en dan mag ook het kleine kerstekindje erbij.
3. Welkom en kruisteken door voorganger

Je kan er vandaag echt niet meer naast kijken.
Onze kerk is weer heerlijk versierd.
Overal om ons heen zien we lichtjes.
En mooie stallen.
Die hebben we deze week klaargezet.
We zijn bijna klaar voor het grote feest : de geboorte van Jezus !
3 kaarsen branden op onze krans.
Vandaag mag ook de laatste kaars erbij.
– steekt kaars aan –
We zingen hierbij de vierde strofe van ons adventslied :

Het is weer zover
Het is weer advent
Vier wordt een vuur dag kaarsje vier
En hoe je ook heet,
En wie je ook bent.
Blijf waar je bent
Want Jezus komt hier.

Wat een geluk…

Alles is klaar voor het kerstfeest !
Jezus komt hier… hebben we gezongen.
Maar… zijn ook wij echt klaar ?
Diep vanbinnen, in ons hart ?
Weten wij wat het kerstekindje van ons verlangt ?

Gaan we daarnaar samen op zoek, in deze viering.
+ Kruisteken

Alles is klaar voor het kerstfeest ? Kijkt naar de stal
Neen, de schaapjes staan nog niet bij onze stal !
Die horen er ook bij !
Luister maar…

 

4. Verhaal

Verteller : de kinderen halen de grote kartonnen doos dichterbij. Ze nemen heel voorzichtig de witte schaapjes uit het papier. Een na één worden ze bij de stal gezet. 9 witte, wollige schaapjes en één… zwart !

Schapen worden door enkele kinderen bij de stal geplaatst

Verteller : Dat éne zwarte schaapje krijgt een plekje helemaal vooraan. Dat kleine zwarte schaapje vinden de kinderen het liefst, omdat er maar ééntje van is. Pas nu is de stal helemaal klaar ! De kinderen bewonderen de mooie stal en gaan dan slapen. Wachtend op de komst van het kleine kerstekind. Het is een stille, rustige nacht. Maar oei, wat gebeurt er dan ?

Kinderen lezen (bv met schapevacht om) :
Schaap 1 : zie die zwarte staan !
Schaap 2 : en wel mooi de beste plek innemen hé ! Jij durft nogal
Schaap 3 : wij hebben helemaal niet om zwarte schapen gevraagd !
Schaap 4 : zwart is lelijk
Schaap 1 : zwarte schapen stinken..
Schaap 2 : je bent bovendien te oud, je kunt zeker niet meer mee
Verteller : Os en ezel horen het geruzie, maar besluiten wijselijk om zich niet te moeien. Ze zijn bang om zelf klappen te vangen.

2 kinderen lezen :
Os : ik moei me niet met zo’n ruzie. Ze lossen het zelf maar op.
Ezel : gelijk heb je. Ik ga er met mijn rug naartoe staan. Ik zeg maar : wat niet weet, wat niet deert !

Verteller : Dan trappen alle schapen naar het zwartje, dat niet weet wààr het moet blijven. Met zijn allen schoppen ze het kleine dier de kerststal uit. Boem. Zo vinden de kinderen hem de volgende ochtend op de grond…

5. Schuldbelijdenis

Voorganger : de witte schapen maken er een boeltje van …
Maar als we diep in ons eigen hart kijken… misschien waren wij de voorbije maanden ook wel eens als hen…

Kind : ik zocht een kind in de klas om uit te sluiten.

Kind : ik liet een kind dat alleen stond zo maar staan.

Kind : ik durfde niet opkomen voor dat gepeste kind in de klas.

 

Voorganger : het is goed dat we beseffen dat ook in onze klas kinderen uitgesloten worden. Niet mogen meedoen. Gepest worden.
Ook in de samenleving worden mensen uitgesloten.
Omdat ze arm zijn. Omdat ze oud zijn en niet meer meekunnen.
Het is goed dat we beseffen dat dat niet kan. En dat we daarvoor vergeving vragen.

Lied : b.v. Ik maakt een fout ,
ik deed het niet zo goed
Vergeef me Heer,
en leer me hoe het moet.

 

Voorganger : maar hoe loopt het af in ons verhaal ?

 

6. Verhaal

Verteller :
De kinderen vinden het kleine zwarte schaapje op de grond.
Met wat lijm herstellen ze zijn gebroken poot.
De schaapjes, die willen ze niet meer alleen laten.
Ze plaatsen er de herder bij.
Heel voorzichtig halen ze die uit de grote doos.
En ze plaatsen hem tussen de schaapjes.
De herder bekijkt zijn schapen en spreekt ze dan streng toe :

 

Herder (kind verkleed als herder leest) : maar schapen toch, hoe kunnen jullie nu ruzie maken over een kleur ? Ik zie jullie allemaal even graag. Geloof me maar, wit of bruin of zwart, wat maakt het uit ? Als jullie willen dat het Jezuskindje straks geboren wordt, moeten jullie echt wel overeenkomen. Denk eens aan wat het kindje ons straks komt vertellen : dat hij niemand buiten schopt. Dat je bij hem allemaal meetelt ! Zolang jullie dat niet snappen, kan hij niet geboren worden.
Verteller : de schaapjes blaten beschaamd. Ze maken hun kring open, en het zwarte schaapje mag erbij komen.
Ze hebben het begrepen : pas als ze niemand uitsluiten, kan het Jezuskindje geboren worden.

7. Evangelie

Voorganger : ja, ze hebben het begrepen. En nu is de stal ècht klaar voor de geboorte van Jezus.

Als ook wij klaar zijn in ons hart, als ook wij begrijpen dat we niemand kunnen uitsluiten, dat iedereen meetelt, dan kan Jezus ook opnieuw geboren worden bij ons.

 

Maria zou een kindje krijgen.
Een engel had haar verteld dat het een heel bijzonder kind zou zijn.
Ze moest het Jezus noemen.
Voordat het kindje geboren werd, reisden Jozef en Maria naar Betlehem, om zich te laten inschrijven. Want de keizer wilde weten hoeveel mensen er in zijn land woonden. Er waren heel veel mensen in Betlehem. Jozef en Maria konden nergens een plek vinden om te slapen. Alleen in een stal was er nog plaats. Daar werd Jezus geboren. Maria wikkelde hem in een doek en legde hem in de voederbak van de dieren.
’s Nachts kwam een engel bij de herders in het veld. Die vertelde hun dat Jezus geboren was. De herders gingen op zoek en vonden het kindje. Het was in een doek gewikkeld en lag in een voederbak, precies zoals de engel gezegd had.

Lucas1,30-33; 2,1-20 uit Averbodes Kinderbijbel

Het kindje wordt in de kribbe gelegd
8. Wat betekent Kerstmis nu echt ?

Voorganger :
Kerstmis, is dat lekker eten en veel cadeautjes ?
Wat kerst mis echt is, dat kunnen de letters ons leren…
Dat kunnen de letters ons leren…
(eventueel telkens letter zichtbaar maken)

K de k van kind , een klein kind in een kribbe. God wou onder ons komen niet als een machtige koning, maar als een klein kindje.

E de E van engel. De Engel kondigt de geboorte van Jezus aan. De engel vertelt het nieuws aan de herders dat de Messias geboren is. Kunnen wij engel zijn voor elkaar ?

R van redder. Zo is Jezus naar de mensen gekomen. Als een redder voor de mensen. Hij komt speciaal voor de mensen die aan de kant staan. Voor de zwarte schapen. Voor kleine, eenvoudige mensen. Die vaak niet meetellen. Bv. onze bejaarden die eenzaam en arm zijn.

S van stal. Geboren in een stal. Bij velen was Jezus niet welkom.
Is Jezus nu welkom bij velen ? Is er nu al plaats voor hem ?
Of wordt hij dit jaar weer geboren in een stal ? Ver van alle huizen… ?

T van thuis. Daar is gezelligheid en geborgenheid. Daar zijn mensen die van ons houden. Nieuwjaar is fuiven, weg, op straat, in de stad,… Kerstmis is het feest dat we thuis vieren. Bij de mensen van wie we houden. Want kerstmis is het feest van “houden van…” Als je aan vele mensen vraagt, wat waren de gezelligste feesten thuis ? dan antwoorden ze: kerstmis… dat was gezellig. Samen bijeen.

M van Maria. Moeder van Jezus en moeder van alle mensen. Zonder haar was er geen Jezus. Zonder haar was er geen Kerstmis. Zij zei “ja” aan Jezus. Mag Jezus ook in ons geboren worden ?

I van iedereen. Kerstmis is voor iedereen. Voor elk mens. Groot of klein, zwart of blank of geel of rood. Rijk of arm. Jezus wil voor iedereen geboren worden. Zetten ook wij ons hart open voor iedereen ?

S van stilte. Stil worden. Laten we deze drukke periode,
Van lekker eten en cadeautjes en vieren (mag ook !) het ook een stil maken, stil worden… stil worden bij het wonder van de geboorte van Jezus… een lied, een gebed, een…

Als we even stilstaan bij alle letters van K E R S T M I S , dan wordt het een echte kerst !

 

9. Kerstlied :
10. Kerstwensen

Iedere klas brengt zijn kerstwens naar voor –
De wens wordt in de kribbe bij het kerstekind gelegd.

 

11. Slotgebed

We bidden samen :
Goede God,
binnenkort is het Kerstmis.
De kaarsjes branden,
de kerstboom is al mooi versierd,
en deze week zetten we de stal klaar.
We heten Jezus welkom in ons huis.
We willen ook plaats vrijmaken
in ons huis
en in ons hart
voor wie alleen is,
oud, ziek of arm.
Dan pas wordt het een
èchte Kerst,
Voor iedereen.
Amen.