KERSTWAKE – op weg naar Kerst 2015

0
388

Dit schooljaar (2015-2016) werken we rond het thema ‘Gewoon Anders’.
Sint-Franciscus staat centraal staat in onze werking met als 3 pijlers: vrede, verbondenheid en eenvoud.

De eerste levende kerststal

Franciscus van Assisi heeft de eerste kerststal bedacht: levende mensen en dieren die het geboorteverhaal van Jezus uitbeelden. Dat was aan het begin van de 13de eeuw.

Rustige KERSTmuziek bij het binnenkomen.
De kerk/ruimte is schaars verlicht.
Adventskrans
Vooraf voorbereiden toneelstuk (leerlingen? leerkrachten? Ouders?…)
Vooraf schrijven wens voor Hailey/voor alle baby’s
Achteraf: “frangipane”-koekjes

1. adventslied school

Het is weer zover, het is weer advent,
kijk hoe het eerste kaarsje brandt!
Een vuurtje dat loopt, dat maakt ons bekend,
licht zal er komen, licht in het land!
Wat een geluk en zing het maar luid:
“Lichtje, ga nimmer meer uit!”
Het is weer zover, het is weer advent,
wacht eens de tweede kaars gaat aan.
Een lied over licht, een lied dat je kent,
laat het maar horen, hef het maar aan!
Het is weer zover, het is weer advent,
zie ik dat goed, doet drie het ook?
Ja drie doet het ook, je raakt al gewend.
Licht van een licht, verga niet in rook!

2. Welkom en kruisteken door voorganger

Welkom allemaal met dit adventslied.
Welkom rond de adventskrans.
Advent, eind december, de eerste trimester is voorbij.
Samen met Franciscus zijn we al 4 maanden op weg.
Hij toont ons hoe we het dit schooljaar ànders kunnen doen.
Hoe we àndere, betere mensen kunnen worden
door eenvoudig goed te doen.
En dat is ook de boodschap van het kerstekindje dat straks
opnieuw geboren wordt.
Maar daarop moeten we nog heel even wachten.
3 kaarsjes branden al op onze krans.
In deze viering maken we alles klaar voor het geboortefeest van Jezus.
Help jij mee? +

De 3 kaarsen van de adventskrans worden aangestoken

Voorganger:

Deze laatste week voor Kerst zetten we alles klaar:
Kerstboom met kerstslingers en –ballen, kersttafel, we sturen kerstkaartjes, kiezen een kerstmenu en kersttaart…

Wat hebben we nodig voor een èchte Kerst?
We kijken daarvoor naar Franciscus.
Lang geleden, was ook hij Kerst aan het voorbereiden.
Hij wou het kerstverhaal ànders doen. Kijk en luister maar.

3. Verhaal: de eerste kerststal – deel 1

toneel geschreven op basis van “Franciscus van Assisi” – Joyce Denham en Elena Temporin en “Franciscus, een historische roman” van Joan Mueller

Verteller:
Lang geleden was Franciscus een rijke, Italiaanse jongeman. Hij was niet gelukkig, niet als ridder, niet als koopman. Toen koos hij voor een leven in armoede en dienstbaarheid.
Vele jonge mensen sloten zich bij hem aan. Nu woonde hij reeds geruime tijd met zijn vrienden in de heuvels van Umbrië. Het was kersttijd. Franciscus leed aan een ernstige oogziekte en had veel pijn. Maar toch wilde hij een speciale Kerst vieren. Franciscus kreeg een idee. Hij zocht zijn goede vriend op, Jan Velita, de heer van Greccio.
Jan was edelman , en woonde met zijn vrouw en pasgeboren zoontje in een kasteel.
Jan hield heel veel van Franciscus en zijn broeders.

Franciscus:
Jan, Gianni, ik heb een idee! Ik wil dit jaar de geboorte van Jezus op een bijzondere manier vieren. Niet zoals elk jaar in de schitterende kerken en kathedralen. Niet in een gebouw vol zilver en goud. Neen, we doen het dit jaar ànders. De mensen moeten kunnen begrijpen hoe Jezus vanuit de schitterende hemel naar deze aarde kwam.

Jan: (lacht handenwrijvend)
Je maakt me nieuwsgierig Francesco. Dit wordt weer één van je speciale acties hé !

Franciscus:
Ja, en daarvoor wil ik een grot in uw bergland gebruiken. Kan dat?

Jan:
Wat een gekke vraag. Een grot? Voor kerst? Dit wordt weer héél speciaal met jou!
Maar ja, het kan best. Dicht bij Greccio is een grote grot. Neem die maar.
Heb je nog iets nodig voor die speciale Kerst van jou?

Franciscus: Ja, dieren.

Jan:
Dieren? Ben je van plan om boer te worden? Kerstboer, hahaha.

Franciscus:
Neen, Jan, ik wil de mensen ècht laten voelen wat de geboorte van Jezus in een stal betekent.

Jan:
Maar Franciscus,is dat nu wel nodig? De mensen wèten toch dat Jezus in een stal geboren is. Ze horen elk jaar het kerstverhaal in de kerk. En ze weten dat er engelen waren en herders en…

Franciscus:
Klopt Jan, maar de mensen moeten begrijpen, moeten voèlen hoe arm Jezus wel was. Ze moeten met eigen ogen het kindje zien dat in de stal ligt. Ze moeten zien dat Jezus arm was.
Hij was niet met goud behangen zoals onze bisschoppen en onze paus. De mensen moeten dat zien. Dat God gekomen is als een eenvoudige, arme baby. In een stal. Ze moeten dat voelen, buiten.
Heb je een os? Een ezel? En een paar schapen? Het moet precies zijn zoals het in het evangelie beschreven wordt.

Jan: euh ja,… daar kan ik voor zorgen. En een kribbe heb je ook nodig veronderstel ik?

Franciscus: uitstekend Jan!

Jan (beetje spottend): allé vooruit dan, een kribbe, een os en een ezel! En wat doen we met de engelen?

Franciscus: God zal voor de engelen zorgen.

Jan: (hoofdschuddend): een Kerstviering buiten… in een grot… een os.. een ezel…niet te geloven, Franciscus toch. Maar kom, ik ga op zoek. (gaat hoofdschuddend weg)

Verteller: Jan gaat op zoek. Hij wil meehelpen aan deze bijzondere Kerst van Franciscus.

4. klaarmaken onze stal/grot

Voorganger:

Franciscus en zijn vriend Jan maken alles klaar voor het komende kerstfeest.
Dat doen wij ook hier vandaag, in deze wake vóór Kerst.
Wat hebben we allemaal nodig?

Grot (met wat bruine doeken of planken) – beeld vluchteling (tent)
Enkele kinderen komen dichterbij met attributen (grot/stal)

Ll: wie slaapt er nu in een grot? In een stal? In een tent? In het park op een bank?

Leerkracht: mensen die niet meetellen in onze samenleving. Voor wie geen plaats is in een goed, veilig, verwarmd huis.
“Geen plaats in de herberg”.

Ll: Denken wij bij deze grot aan alle mensen op de vlucht. Mensen die hun eigen vertrouwde huis moesten achterlaten op zoek naar wat vrede en geluk. Mensen zonder een veilige thuis.
Wij wensen wij hen vrede, en alle goeds.

Kdn “maken” de grot/stal (met bruine doeken, of planken of stro…)

Refrein jaarthemalied
Ik wens vrede en alle goeds
voor ied’reen rondom mij;
Heel eenvoudig leven, gewoon anders,
meer echt niet. (2x)

Ezel
Ezeltje komt dichterbij

Ll: wie wil nu geboren worden bij een ezel? Dan niet liever een mooi, wit paard?

leerkracht : een ezel is een lastdier, het draagt je last, draagt mensen en goederen. Staat je bij in lastige momenten. Een ezel is geen paradepaard of luxebeest. Een ezel is heel gewoon, eenvoudig. Een ezel is koppig: zijn ja is een ja. Op hem kun je rekenen. Hij was erbij in de stal. Ook op de vlucht naar Egypte. Maar ook op het einde, op palmzondag. Trouw.

Ll: bidden wij voor kinderen en mensen die elkaar dragen. Die koppig en trouw hulp bieden waar nodig. Wij wensen wij hen vrede, en alle goeds.

Ezeltje gaat in de stal staan

Refrein jaarthemalied
Ik wens vrede en alle goeds
voor ied’reen rondom mij;
Heel eenvoudig leven, gewoon anders,
meer echt niet. (2x)

Os
Os komt dichterbij

Ll: waarom een os in de stal?

Leerkracht: de os is gastvrij. Hij maakt spontaan plaats vrij in de stal. Hij stelt zelfs zijn voederbak ter beschikking van het kleine kindje. En met zijn warme adem zorgt hij ervoor dat niemand kou hoeft te lijden in de stal. Hij zorgt voor wat warmte in de kille nacht.

Ll: bidden wij voor mensen die gastvrij hun deuren openen. Mensen die hun plaats delen en warmte geven. Mensen die zeggen: jij, welkom in mijn land. Welkom in mijn dorp/stad. Welkom in mijn school. Welkom in mijn klas. Welkom, vanwaar je ook komt, welk verhaal je ook met je mee draagt.
Wij wensen wij hen vrede, en alle goeds

Os gaat in de stal/grot staan

Refrein jaarthemalied
Ik wens vrede en alle goeds
voor ied’reen rondom mij;
Heel eenvoudig leven, gewoon anders,
meer echt niet. (2x)

Kribbe – ev. de kinderwagen uit de actie WZZ

De oude kinderwagen (of kribbe of wiegje) uit de actie WZZ wordt gebracht

Ll: welke baby wil nu slapen in een kribbe? In een oude wieg? In een kramikkige kinderwagen?

Leerkracht: vele kinderen, ook in ons land, groeien op in armoede. Zij kunnen niet dromen van een mooie toekomst. Ze krijgen niet de kansen waar ze recht op hebben. Geen mooi wiegje. Geen warm, veilig huis. Geen goede medische verzorging. Geen noodzakelijk vervoer.

Ll: bidden wij, zeker in deze kerstperiode, voor alle kinderen die opgroeien in armoede. Dat onze samenleving, samen met Welzijnszorg, mensen in armoede de hand reikt. Dat we samen werken aan een toekomst zonder armoede, voor elk kind.
Wij wensen hen vrede, en alle goeds.

De kinderwagen/wiegje/… wordt in de stal/grot geplaatst

Refrein jaarthemalied
Ik wens vrede en alle goeds
voor ied’reen rondom mij;
Heel eenvoudig leven, gewoon anders,
meer echt niet. (2x)

5. Verhaal: de eerste kerststal – deel 2

Als het enigszins kan, met èchte pasgeboren baby

Verteller:
Jan zorgde voor alles, zoals beloofd.
De grot, de ezel, de os, de kribbe.
De levende kerststal stond klaar.
Het werd een kerstavond onder een heldere sterrenhemel.
Broeder Masseo ging naar het dorp en riep de mensen.

Broeder Masseo gaat met een bel naar het publiek, roept, links en rechts:

Broeder Masseo:
“Mensen, dit jaar vieren we Kerst buiten. Het wordt ànders dit jaar! Kom voor de kerstviering naar de grot van Greccio! Daar vind je de echte kerststal. Franciscus zal de kerstpreek houden. Kom mensen, kom naar de grot van Greccio ! Kom naar Greccio!

Verteller:
De mensen keken elkaar verwonderd aan. Een kerstviering buiten? Een echte kerststal?
Dat is ànders! Dat hebben ze nog nooit meegemaakt! Benieuwd gingen ze op stap.

Zuster maan wierp een glinsterend licht op het bergpaadje dat naar de kribbe leidde. De dorpelingen kwamen van heinde en verre met brandende fakkels. Enkele herders uit de vallei gingen trots mee met hun schapen.

Enkele kinderen – mensen komen uit het publiek en komen tot bij de stal/grot (ev met fakkels)

Ze beklommen het steile pas naar de grot en opeens stonden ze voor het stalletje van Betlehem, opnieuw tot leven gebracht. In de grot van Greccio.

‘O!’, stamelden ze vol verwondering.
En daar, tussen de os en de ezel, stond Franciscus.
In zijn eenvoudige, bruine pij.

Franciscus (heel vurig):
Broeders, lieve mensen,
‘Hier werd Jezus geboren. Hier sliep hij, hier in deze eenvoudige stal’
‘Hier kwam God tot ons, als een hulpeloos kind, omringd door dieren en stoffig hooi.’

Verteller:
Toen kwam de Heer van Greccio, Jan, samen met zijn vrouw en hun pasgeboren zoontje van tussen de menigte naar voor. Ze gingen de grot binnen, en legden hun kindje in de kribbe.

Jan en zijn vrouw en baby (liefst èchte baby) komen naar voor in de grot/stal

Franciscus (heel vurig!)
Broeders, mensen, laat uw vreugde weergalmen voor God!
Want God heeft zijn geliefde Zoon gezonden naar deze wereld!
Jezus, het kindje van Betlehem is voor ons geboren!
Ere zij God!

Allen:
Ere zij God!

Verteller:
De broeders en alle mensen begonnen zacht te zingen.
Hun pure stemmen werden weerkaatst door de rotsen.
Terwijl de dorpelingen naar het eenvoudige kribbetje tuurden, tilden ze hun fakkels omhoog en vulden zo de grot met een warm, gouden licht.
En met hun prachtige gezangen.

Enkelen knielen, allen samen zingen Kerstlied

6. Kerstlied – samen zingen

7. ev. evangelie

Franciscus neemt bijbel en leest voor – het “volk” kan blijven zitten bij de stal

Maria zou een kindje krijgen.
Een engel had haar verteld dat het een heel bijzonder kind zou zijn.
Ze moest het Jezus noemen.
Voordat het kindje geboren werd, reisden Jozef en Maria naar Betlehem, om zich te laten inschrijven. Want de keizer wilde weten hoeveel mensen er in zijn land woonden. Er waren heel veel mensen in Betlehem.
Jozef en Maria konden nergens een plek vinden om te slapen. Alleen in een stal was er nog plaats. Daar werd Jezus geboren. Maria wikkelde hem in een doek en legde hem in de voederbak van de dieren.
’s Nachts kwam een engel bij de herders in het veld. Die vertelde hun dat Jezus geboren was. De herders gingen op zoek en vonden het kindje. Het was in een doek gewikkeld en lag in een voederbak, precies zoals de engel gezegd had.

Lucas1,30-33; 2,1-20 uit Averbodes Kinderbijbel

8. Woord
inspiratie:

Franciscus roept ons het hele schooljaar op om het anders te doen.
Om gewoon te doen. Gewoon anders.

Ook Kerst vierde Franciscus ànders. Voor de eerste keer in een “echte” stal.
Dat was de allereerste keer!
Al heel gauw werd dit gebruik populair en zagen/zien we overal rond kerststalletjes…
Mensen vonden het zo mooi, zo echt, dat ze het ook in hun eigen huis wilden beleven, dat mooie verhaal. Dus begonnen ze beeldjes te maken van klei of van hout die ze thuis konden neerzetten; beeldjes die de geboorte van Jezus laten zien.

Kerstdag… misschien bij jullie thuis ook vele tradities…
Maar probeer eens, net als Franciscus dat probeerde, met nieuwe ogen naar Kerst te kijken.
Hoe kunnen wij Kerst “gewoon ànders” doen?

Franciscus was een echte dierenvriend (cfr oktober)
Misschien vandaag oproep bij de stal om: een beetje “ezel” zijn? Een beetje “os” zijn?…

Staat het kerststalletje bij mij thuis? Maak ik er een? Zie ik de os en de ezel?
Ze kunnen ons herinneren aan de oproep… ezel zijn… os zijn…

En als het kindje op 25 december in de kribbe ligt: oproep om mee te werken aan die droom van God op aarde.

9. Kerstwens – 1 per klas (aansluitend bij actie WZZ: een toekomst zonder armoede)

Deze kersttijd is de tijd van wensen sturen.
Als God ons een kerstkaartje zou sturen, dan staat daar zeker op:
Ik wens je vrede, en alle goeds. Het refrein van ons lied.
Vrede voor jou, in de klas, in je gezin, in je familie, in de wereld.
Vrede voor die vele mensen op de vlucht voor oorlog en geweld.

Bij Robby (actie WZZ) werd een baby’tje geboren, nichtje Hailey.
Ook haar wenst God: vrede en alle goeds.

Ook wij hebben een wens voor Hailey.
En meteen voor alle pasgeboren kindjes.
In ons land. En overal ter wereld.
Wij sturen een kaartje met onze beste wens.
Een wens voor hun toekomst.

Onze wensen leggen we bij de kribbe.
Samen met onze goede wil om mee te werken aan die dromen.

Kinderen schreven een wens op een kaartje – per klas wordt ev. 1 wens gelezen – ev. zingen tussenin – alle per klas verzamelde kaartjes worden in de kribbe/kinderwagen gelegd

Wensen we elkaar ook die vrede toe!

of 9. Kerstwens – wens voor vrede – ev. met vredesduif

Je kunt er ook voor kiezen om – in deze tijden van geweld en terreur – hier expliciet enkel voor de vrede te bidden.

Deze kersttijd is de tijd van wensen sturen.
Als God ons een kerstkaartje zou sturen, dan staat daar zeker op:
Ik wens je vrede, en alle goeds. Het refrein van ons lied.
Vrede voor jou, in de klas, in je gezin, in je familie, in de wereld.
Vrede voor die vele mensen op de vlucht voor oorlog en geweld.

Je kunt er ev. ook voor kiezen om nu nog een dier toe te voegen aan de stal: de vredesduif (link met vorig jaarthema)

b.v. duif komt op: in mijn stal is Jezus geboren. Hij is gekomen om vrede te brengen op aarde. Ik vlieg de wereld rond om die vrede uit te dragen. De vrede van de Heer, van het kindje Jezus, wens ik jullie allen toe.

10. Slotgebed

We bidden samen :
God,
We zijn in de derde week van de advent.
Advent is dromen.
Van God die geboren wordt onder mensen.
Advent is denken
aan de vele kinderen in ons land
die opgroeien in armoede.
Advent is doen:
– Elkaar dragen, trouw als de ezel
– Warmte geven, gastvrij als de os
Advent is: meewerken aan een warme thuis
en een toekomst hier op aarde, voor iedereen.
Amen.

11. Jaarthemalied Gewoon anders

Ik wens vrede en alle goeds
voor ied’reen rondom mij,
heel envoudig leven, gewoon anders
‘t maakt me blij! (2 x)

Sint-Franciscus was als jonge man heel rijk ,
zo kon hij alles krijgen toch voelde dit niet fijn.
Wat je al’maal hebt, dat maakt je niet speciaal.
Wel wat je deelt en wat je doet, gewoon anders dan normaal.

Sint-Franciscus zag daar een melaatse staan,
omhelsde en verzorgde hem, om dan op weg te gaan.
Kijk eens naar de Ander, hoe die zorgt voor jou.
Hij waakt bij jou en blijft je bij, gewoon anders, blijft je trouw.

Sint-Franciscus zong Laudato Si O Heer,
voor deze wereld, zon en maan en sterren om ons heen.
Hoorde vogels fluiten en verstond hun lied.
Zij dankten God de Vader, gewoon anders meer echt niet.

12. uitdelen Frangipane-koekjes

Franciscus was dol op de lekkere amandel-koekjes die de vrouw van
zijn vriend bakte. De legende wil dat Franciscus, toen hij zijn einde voelde naderen, zijn goede vriend vroeg: “Vraag uw vrouw of ze nog eens van die lekkere koekjes zou willen bakken. Ook voor deze kerstavond heeft zij die lekkere “frangipane”-koekjes gebakken. Ook vandaag krijgen we bij deze kerstwake zo’n amandelkoekjes!