Kerstviering: Ga je mee naar de stal?

0
623

Intredelied: jaarthemalied : Open je ogen! (2 str)

 

Open je ogen

en zie de kaars die brandt.
Open je ogen
en zie de vlam die danst.
Want als je ogen het goede zien,
weten je handen wat ze zullen doen.
Dan zegt je mond waar het op staat.
Weten je voeten waar ze zullen gaan;
je oren wat ze moeten horen.
Dan weet je hart waar het om gaat.
Zie je het kruisje:
het teken van de hoop.
Zie je het kruisje:
er is leven na de dood.
Want als je ogen het goede zien,…

Kruisteken en welkom door voorganger

Welkom deze derde week van de advent.
In deze donkere tijd openen we onze ogen en
gaan we op zoek naar licht.
Voor onszelf, voor onze familie, onze vrienden…
Maar zeker ook voor de mensen die leven in Armoede !
Armoede buiten! riepen we samen met Welzijnszorg op onze school.
(en parochie)
Ook daarvoor willen wij samen bidden, hier dicht bij het licht.
En samen gaan we op zoek naar de stal.
Naar het kleine Jezuskind.
Welkom.
+ kruisteken

Aansteken van de 3 kaarsen op de adventskrans

In onze klas brandt al bijna 3/4 maanden onze klaskaars. Zij herinnert er ons elke dag aan hoe we licht en warmte kunnen zijn voor elkaar.
Hier in de kerk branden deze advent 4 speciale kaarsen. Ze verlangen met ons mee naar het kerstfeest. Vandaag mogen al 3 kaarsen branden.

3 of 4 kinderen (2de leerjaar) lezen en steken daarna elk een kaarsje aan:

Juf staat erbij en help met het aansteken van de kaarsen

K1: Advent, het einde van het jaar
Kerstmis komt er bijna aan.
Een krans brengt ons bij elkaar.
We steken het eerste kaarsje aan.

K2: Advent, de dagen zijn wat donker,
Maar kaarsje twee geeft ook licht.
Ik kijk naar dat geflonker.
Het weerkaatst op mijn gezicht!

K3: Advent en binnen is het fijn.
Kaarsje drie lijkt wel een ster.
Kerstmis kan niet ver meer zijn.
Nog een week en ’t is zover.

(ev. K4: December is nu bijna om,
Ook kaarsje vier geeft nu licht!
Ik weet dat Jezus komt.
Kerstmis is nu echt heel dicht! )

Samen zingen: adventslied “Het is weer zover”

Welkom door herdersjongen
(kind verkleed in herder- Wannes)
Dag allemaal,
Ja, je kunt het eigenlijk aan mijn kleren zien, ik hoor hier niet thuis.
Ik ben een eenvoudige herdersjongen uit Jezus’ tijd.
Ik ben een jongen van “den buiten”.
Daar leerden jullie over deze advent, over “den buiten” ?
Wel, ik woon en leef buiten, dag en nacht.
Simon is mijn naam.
Ik ga niet naar school. Daar hebben wij, herders, geen tijd voor, we moeten voor de schapen zorgen.
Vandaag, in deze viering, ga ik op stap met mijn vrienden.
Op zoek naar het Jezuskind.
Gaan jullie mee?

Schuldbelijdenis

Pastor: voor we op zoek gaan naar het Kerstekindje, samen met de herdersjongen Simon, willen we eerst onze spijt uitdrukken voor wat niet zo goed ging de laatste weken. (2de klas)

Kind 1:   Jezus wordt straks geboren in een eenvoudige, kleine stal.
Ik wil vaak het beste en het duurste. Het spijt me.
Samen zingen:  Ik maakte een fout,
Ik deed het niet zo goed,
Vergeef me Heer,
En leer me hoe het moet.
Kind2: Kerstmis is het feest van liefde. Ik was vaak niet lief. Het spijt me.
Samen zingen:  Ik maakte een fout,
Ik deed het niet zo goed,
Vergeef me Heer,
En leer me hoe het moet.

Kind3: Kerstmis is het feest van vrede. Ik zocht wel eens de ruzie op. Het spijt me.
Samen zingen:  Ik maakte een fout,
Ik deed het niet zo goed,
Vergeef me Heer,
En leer me hoe het moet.
Voorganger:
God, sta ons bij, maak van ons kinderen en mensen die licht en warmte uitstralen, deze koude dagen. Amen.

Openingsgebed door voorganger

Lieve God,
De kerstvakantie staat voor de deur.
Op onze krans branden al 3 (4)kaarsen.
Nog enkele dagen en wij vieren Jezus’ geboortefeest.
Vandaag gaan we naar hem op zoek.
Help om ons Jezus ook binnen te laten in ons leven.
En help ons om de kerstvreugde uit te stralen.
Dat wordt het voor iedereen een heel mooi kerstfeest. Amen.

Lezing (verwijst naar de actie van WZZ) – 4de klas

V: Toen een groep herders vertrok, vroeg Simon aan papa:
S: papa, waar ga jij naartoe?
P: Wij gaan een koningskind zoeken.
S: Mag ik mee?
P: Nee jongen, het is te ver. En je hebt geen geschenk om aan de koning te geven. Blijf jij maar hier. En houd dit lichtje bij je, het wordt gauw donker.
V: Treurig bleef Simon achter toen hij zijn vader en de andere herders zag vertrekken. Zij trokken doorheen de bergen midden in de nacht. Met een geschenk voor het kleine kind. Simon keek hen na tot hij hen niet meer zag.
Simon was achtergebleven bij de kudde schapen. Verdrietig zat hij bij zijn lampje. Plots kreeg hij een idee.  Hij zou zijn vader achternareizen!
Hij nam drie dingen mee: zijn oude voddenpop, een oud vertelboek. En ja, zijn kleine lampje om de weg te vinden. Allemaal dingen waar Simon heel veel van hield. Hij nam ze mee om aan het koningskind te geven. Want , dacht Simon, het kindje zal deze spullen ook wel mooi vinden.
En zo vertrok Simon, met zijn 3 geschenken, op zoek naar het koningskind.
Opeens zag Simon een meisje op een muurtje zitten. Ze zag er heel verdrietig uit.
S: wat scheelt er?
M: ik ben ziek en heb niets om mee te spelen. Mijn mama en papa hebben geen geld om speelgoed te kopen.
S: ik geef je mijn pop. Ziehier.
V: En Simon trok verder. Nu heb ik alleen nog mijn oude vertelboek en mijn lichtje voor het kindje, dacht hij. Maar ook daarmee is het kindje vast tevreden…
Vlug ging Simon verder. Na een tijdje stappen kwam hij voorbij een klein huisje op het platteland. Het was er erg stil en rustig.  Voor het huis zat een oude man verdrietig voor zich uit te staren.
S: Meneer, wat zit u hier te doen? U zit hier zo alleen?
Man: ja, ik woon hier helemaal alleen. Ik heb niemand om mee te praten of mee te kaarten. De bus rijdt hier niet meer voorbij. Ik  kan dus ook mijn vrienden niet meer opzoeken. Het zijn lange dagen, zo helemaal alleen…
S: Misschien lees je graag mooie verhalen uit mijn boek?  Dan voel je je wat minder alleen. Ziehier.
V: En Simon gaf hem zijn vertelboek aan de oude man. Die was er heel dankbaar om. Hij begon er onmiddellijk in te bladeren.
Simon trok verder en dacht: nu heb ik alleen nog maar mijn lampje om aan het kindje te geven…
Even later zag hij een vrouwtje wenen.
S: Waarom huil je?
V: het is zo donker. De elektriciteit is afgesloten. Ik kon de rekening niet meer betalen. En nu is het zo donker in mijn huis.
S: Hier, je krijgt mijn lampje. Zo is het niet meer donker.
V: En zo gaf Simon ook zijn lampje weg en trok verder.
Simon had nu geen enkel geschenk meer om aan het kind te geven.
Wat moest hij nu doen?
Met lege handen trok hij verder, naar Betlehem,… op zoek naar het kind.

Lied

Evangelie: Kerstverhaal (vervolg verhaal)

V: Op de weiden rond het stadje Betlehem, dicht bij de grote stad Jeruzalem, zaten de herders dicht bijeen rond een vuurtje.

Het was koud. Maar toch gezellig.
Ze vertelden bij het vuur wat ze vandaag allemaal hadden meegemaakt.
Ze hadden de hele dag veel en ver gestapt en waren moe.
Toen het al laat was, gingen de herders slapen.
Ze zouden morgen wel verder zoeken naar het koningskind.
2 herders bleven wakker en waakten over de kudden.

Herder1: Het is wel héél stil vannacht. Ik ben een beetje bang.

Herder2: Ja, dat voel ik ook zo.
Maar kijk eens hoeveel sterren er aan de hemel staan vannacht!
Veel meer dan anders.

V: De twee herders voelden het goed aan, het was ook zo, het werd muisstil en er kwam steeds meer licht aan de hemel.

Herder 1: Zie wat een licht! Wat moet dat betekenen?
Herder2: Laat ons de anderen wakker maken!

V: Ze maakten de anderen wakker en ook zij werden verblind door het licht.
Vol verbazing hoorden ze een stem die zei:

Engel: Herders, wees niet bang.
Ik breng jullie goed nieuws.
In Betlehem is de redder geboren.
Je zult hem vinden in doeken gewikkeld in een kribben.

V: de herders gingen onmiddellijk op pad, richting Betlehem.Ze hadden hun lichtjes aangestoken en al die lichtjes achter elkaar trokken een lichtspoor door de duisternis.
Toen vonden ze midden in de velden in een stalletje Jozef en Maria en het kind dat in de kribbe lag.
Vol eerbied knielden ze neer voor het pasgeboren kindje.
Ze geven hem hun eenvoudige geschenk: wat wol, en een kommetje melk.

V: En kijk daar, daar komt de kleine Simon aangelopen.
Verwonderd knielt hij bij het kindje neer. Hij toont zijn lege handen.
Er was niets meer voor Jezus.

S: het spijt me kindje. Ik heb geen geschenk voor jou. Ik heb alles weggegeven.
V: Het kindje in de kribbe lacht naar Simon. En dan herkent papa zijn kleine jongen. Hij neemt hem in zijn armen.
P: jongen toch, ben jij de hele weg alleen naar hier gewandeld?
En wat vertel je: je hebt geschenken weggegeven?
Wel, dat is het mooiste geschenk dat dit kind zich dromen kan:
een lieve jongen die helpt en deelt.
Dààr is dit kind vast heel blij mee.
-papa knuffelt Simon-
Martine speelt een Kerstlied – ondertussen brengen de kdn van het tweede een sterretje naar het Jezuskind.

Woord door voorganger

Voorbeden

Herder1: als kleine herder wil ik bidden voor de kinderen, waar ook ter wereld, die honger hebben, en geen pakjes krijgen. Voor hen steek ik nu een kaarsje aan.

Aansteken kaarsje bij de kribbe + zingen:
Herder2: als kleine herder wil ik bidden voor alle mensen die vergeten worden met Kerstmis. Mensen die nergens terecht kunnen, die bedroefd zijn of eenzaam. Voor hen steek ik nu een kaarsje aan.

Aansteken kaarsje bij de kribbe + zingen:
Herder3: Als kleine herder wil ik bidden voor den mensen die door oorlog of natuurgeweld geen huis meer hebben om in te wonen. Voor hen steek ik nu een kaarsje aan.

Aansteken kaarsje bij de kribbe + zingen:
Herder4 (juf Linda): als herder wil ik ook bidden voor de mensen in ons land die leven in armoede. Vaak ongezien, ongeweten. Welzijnszorg roept ons op om hen niet te vergeten, en om de handen in elkaar te slaan, en ons samen in te zetten om armoede uit ons land, uit onze stad(ons dorp) te werken. Voor hen steek ik nu een kaarsje aan.

Aansteken kaarsje bij de kribbe + zingen:

Geef mij een hart,
een nieuw en levend hart.
Heer neem dat stenen hart toch van mij weg,
geef mij een hart, geef mij een nieuw en levend hart.

Onze Vader

Slotgebed: kerstwensen of ander slotgebed

Kind1 : Ik wens je een kerstfeest vol vrede
Kind2: Ik wens je kerstfeest met veel vrienden om je heen
Kind3: ik wens je een kerstfeest met warmte in je hart
Kind4: ik wens je een kerstfeest met veel mensen die van je houden
Kind5: ik wens je een kerstfeest met Jezus in je hart
Kinderen roepen samen: Zalig Kerstfeest!

Slotlied themalied WZZ

We gaan op reis, we gaan op pad,
Naar heel wat anders dan de stad.
Naar het platteland op den buiten.
Er is zo veel gelijk, iedereen belange-rijk.
Armoede overal uitsluiten.
Want samen zie je zoveel meer.
Je ogen verrassen je steeds weer.

Een koffer vol herinneringen.
Wat stop ik er allemaal in ?
Hoe wil ik me aan de wereld tonen?
Wat heeft het meeste zin ?

We gaan op reis, we gaan op pad..