Kerst vieren met kleuters 2013

0
342

Een schaapje voor de stal

Deze viering sluit aan bij het thema van WZZ voor kleuters
(zie handleiding project “Robby op den buiten” vanaf pag 36)
Het verhaal van de schaapjes bij de stal loopt verder…
Wie dit verhaal nog niet heeft, kan het nog bestellen bij de
regionale dienst van WZZ.
Wie het project niet helemaal uitwerkt in de klas, kan ook gewoon het verhaal van Robby, Jan en zijn opa vertellen de week voor de viering.
Deze viering verwijst ook naar “licht” (cfr onze startviering) en sluit zo aan bij ons jaarthema Goed Gezien!

Viering bij voorkeur in de kerk dicht bij de grote kerststal

materiaal :
grote kerststal
Adventskrans

Enkele lkn spelen het verhaal – eventueel kan een oudere kleuter de rol van Jan spelen.
Elke klas/enkele klassen heeft/hebben een inbreng door een lied
Eventueel aandenken voor elke kleuter

1. Inleiding

Voorganger :

Dag kinderen.
Het is bijna kerstvakantie.
Ik kijk er al naar uit.
Jullie ook?

Maar we kijken ook uit naar een mooi feest:
KERSTMIS!
Alle mensen maken zich klaar voor het feest.
Ook opa en Jan.
Weet je nog?
Straks is er kerstfeest in het dorp.

Ook wij maken ons klaar voor het kerstfeest.
Daarom willen we hier vandaag samen vieren en bidden en zingen.
+ Kruisteken

2. Het verhaal van opa en Jan

Juf :
Weet je nog het verhaal van Robby en Jan en opa ?
(eventueel je boek uithalen)
Alle kinderen van de klas hebben de schaapjes van opa naar de stal gebracht.

De stal op het dorpsplein is nu helemaal klaar.
Alleen het kindje Jezus is er nog niet bij.
Het wordt pas geboren op Kerstmis.

Juf bekijkt de stal – geeft eventueel wat commentaar

3 . Lied over een stal door klas …

4. Het verhaal loopt verder (lkn beelden uit)

Juf vertelt verder:

Alle kinderen zijn nu terug naar huis.
Ze vertellen mama en papa over de èchte stal.
En over de schaapjes van de opa van Jan.

Jan is bij opa gebleven.
Ze werken samen nog wat aan de stal.

-Jan en opa werken wat aan de stal

En Jan mag meehelpen de schaapjes verzorgen!
Dat doet hij graag!
Dan moet opa even weg.

Hij wil nog vers hooi halen voor de schaapjes.
Hij vraagt of Jan op de schaapjes wil passen.
Hij belooft gauw terug te zijn.
Dàg opa! Tot straks!
Jan zet zich bij de schaapjes neer.
Hij is zó moe. Hij legt zich neer, dicht tegen de schaapjes aan.
Daar is het lekker warm.
Jan is zo moe, zó moe.
Hij valt in een diepe slaap.
Wolletje vindt het niet zo leuk in de stal, zonder opa.
En Jan, die slaapt.
Mèèè, mèèè, ik ga weg, zegt Wolletje.
En alleen trekt hij erop uit…. De wijde wereld in.

5. Lied over schaapje(s) door klas …

 

6. Het verhaal loopt verder

Even later komt opa terug, zijn handen vol lekker vers hooi.
Dag Jan!
Maar Jan… je slaapt!
Heb je wel goed op de schaapjes gepast?
Jan wrijft zijn ogen uit en kijkt of alle schaapjes er nog zijn.
1,2,3….. Oh nee !
Wolletje is er niet meer bij!
Wolletje is weg.

Jan roept bang: Wolletje! Wolletje! Waar ben je?

Opa is wel een beetje boos.
Je moest beter opletten Jan!
Ga jij nu maar wolletje zoeken.

Verdrietig gaat Jan op zoek…

Opa roept: Wacht Jan, het is zo donker buiten.
Ik geef je 4 lichtjes mee.
Die zullen je helpen op je pad.

(opa geeft 4 kandelaars met een led-lampje mee- of 1 kandelaar met 4 lichtjes- ev. geeft opa ook een brilletje mee uit de startviering)

En zo gaat Jan op weg… op zoek naar Wolletje.

7. Een lied over lichtjes door klas …

8. Het verhaal loopt verder

Jan is op zoek naar Wolletje.
Hij roept luid: Wolletje! Wolletje! Waar ben je toch?

Hij zoekt zo hard, dat hij tegen iemand aan botst!

De man zegt boos: Héla, wat zoek jij?

“Ik zoek Wolletje, mijn schaapje. Heb jij soms mijn lammetje gezien ?”

“O ja, er is een lammetje voorbij gelopen… deze richting op”.

Jan zegt: O dankjewel. Kan ik je ergens mee helpen?

“Helpen? Ik moet mijn weg zoeken. Maar het is zo donker.”

Jan zegt: hier , je krijgt een lichtje mee. Het zal je helpen om je weg te vinden.

“Je wil me een lichtje geven? Dat is vriendelijk van je! Bedankt!”

Jan geeft één lichtje aan de man.

Lk steekt 1 kaars aan op de adventskrans.

Muziekje – Jan zoekt verder en roept: lammetje ! Wolletje! –

 

 

Jan gaat verder op zoek.
Even later ziet hij iets bewegen in het struikgewas.
Voorzichtig komt hij dichterbij .
Dan ziet hij een konijntje zitten.
Het heeft pijn.
Het heeft een bloedende wond aan zijn poot.
Jan haalt zijn zakdoek uit zijn zak en verbindt heel voorzichtjes de wonde.

Ziezo, zegt Jan.
Dat ziet er nu beter uit.
Maar ik kan niet bij je blijven.
Ik moet mijn lammetje zoeken.
Weet je wat, ik zet één van mijn lichtjes bij jou neer.
Dankbaar kijkt het konijntje hem na.

Jan geeft één lichtje aan het konijntje
Lk steekt 2de kaars aan op de adventskrans

Muziekje – Jan zoekt verder en roept: Wolletje! Lammetje!

Jan gaat verder op zoek.
Daar komt een arme bedelaar komt naar Jan toegelopen.

“Een centje aub. een centje aub….”

 

Jan: “Maar ik heb zelf helemaal niets. Ik ben Jan. En ik ben mijn lammetje kwijt. Heb jij het misschien ergens gezien?”
“Neen. Ik heb geen lammetje gezien.
Maar ik ben heel arm. Ik woon in een donkere, koude grot.”
Jan: “Dan zal ik je wat licht geven. Het is alles wat ik heb.”

“Dank je, je bent een lieve jongen.”

Jan geeft één lichtje aan de arme man.
Lk steekt 3de kaars aan op de adventskrans.
Muziekje – jan gaat verder op zoek en roept: Wolletje! lammetje !

Jan gaat verder op zoek.
Hij zoekt en zoekt overal… en roept en roept,
maar nergens is Wolletje te vinden.
Jan begint te huilen.
Verdrietig zet hij zich neer.
Bij zijn éne lichtje.
Hij snikt.

Mooie muziek klinkt – CD “Stille Nacht” of “Nu syt wellecome”

O, waar komt dat mooie zingen vandaan?
Jan kijkt om zich heen.
Kijk daar, de stal is mooi verlicht !
Jan neemt zijn lichtje en loopt naar de stal.

Kom maar binnen, zegt een vriendelijke stem.
De vrouw heet Maria. En haar man Jozef.
Bij hen is er deze nacht een kindje geboren.
Jan knielt neer bij de kribbe en geeft zijn laatste lichtje aan het kindje.
En wat ziet hij daar !
Op het stro , heel dicht bij het kindje, ligt wolletje.
Met zijn vacht houdt hij het kleine kindje warm.

Ook opa is er!
Hij neemt Jan in zijn armen en geeft hem een warme knuffel.

Je maakt me zo blij, Jan!
Je hebt velen gelukkig gemaakt met je lichtjes !

En kijk: daar komen ook de man, het konijntje en de bedelaar naar de stal.
Ze knielen allen neer voor het pasgeboren kindje.
En samen zingen ze een mooi lied:

9. Kerstlied zingen door klas … of samen

Lk steekt 4de kaars aan op de adventskrans
eventueel wordt ook uit elke klas de klaskaars naar voor gebracht bij de stal

10. Samen bidden

Gebedshouding

(voorzeggen-nazeggen)

Dag kindje Jezus.
Wat ben ik blij dat jij er bent!
Wat ben ik blij dat ook Wolletje er is.
En Jan, en opa, en.. al mijn vriendjes.

De lichtjes van Jan maken velen blij.
Ook ik wil vele mensen blij maken.
Help je mij?
Amen.

11. Aandenken …

Ofwel geeft opa aan elk een lichtje mee (met ev. kaart met kerstwens aan)
Ofwel krijgt elk een schaapje mee met een wens op … (model schaap: zie handleiding “Robby op den buiten” pag 73)