bezinning dagtocht

0
432

Na het ontbijt krijgt de groep verschillende pakjes met opdrachten om op tocht uit te voeren. Elke pakje is genummerd, ook in die volgorde worden de pakjes geopend tijdens de tocht. Bedoeling is dat het eerste pakje geopend wordt wanneer de groep pas vertrokken is en ze een stil plekje hebben gevonden.
Pak 1: keukenwekker – papieren waarop een klok staat getekend – balpennen

Thema: tijd

Opdracht: stel je krijgt 24 uur (eventueel je laatste 24 uur op aarde…) tijd die je helemaal zelf mag invullen. Wat ga je met die tijd doen? Teken dit op je klok. We zamelen dit in en bespreken dit kort.
Gesprek nadien: Hoe heb jij je tijd ingevuld? Wat zegt dit over waar jij je priori-tijd legt?
Vanaf nu wordt na iedere opdracht aan de keukenwekker gedraaid. Wanneer die afloopt, wordt het volgende pakje opengemaakt.

 

Pak 2: verhaal – muntstuk

Thema: verwondering

Verhaal:
Een meisje begon vol goede moed aan de beklimming van een berg. Ze wilde alles zien en genieten van elke bocht en elk uitzicht. Na 50 meter kwam ze al voor een splitsing. Wat nu? Als ze koos voor het linkerpad, dan miste ze alle dingen die ze zou zien als ze voor het rechterpad koos. Eerst was ze ontgoocheld en dan boos, maar kiezen moest ze wel, want anders kwam ze niet vooruit. Ze koos dan maar de weg naar rechts. 100 meter verder na een scherpe bocht stond ze plots op een kruispunt. Ze kon nu 3 kanten uit, want terugkeren deed ze niet. Mopperend koos ze de weg rechtdoor en tijdens het stappen bleef ze maar denken aan al die dingen en uitzichten die ze niet zou zien.
Toen ze eindelijk bovenkwam en stil keek naar het prachtige panorama, moest ze glimlachen. Pas nu zag ze hoe mooi de beklimming wel was. Nu zag ze de mooie keien van de kleine waterval aan de splitsing van de weg. Wat verder aan het kruispunt zag ze hoe mooi groen de kruin van de oude boom was. De bloemen langs de weg leken van hieruit wel een bloemenlint.
Toen de zon rood begon te kleuren aan de horizon, ging het meisje terug naar huis. En ze zag mooie dingen langs de weg, want ze had ze gezien van bovenuit.
Opdracht: Op de volgende 2 kruispunten of splitsingen kop of munt spelen (indien mogelijk)
Pak 3: potje verf – grote flap

Thema: stappen zetten/handen reiken naar elkaar

Opdracht: zet op de flap een handafdruk van elk lid van de groep met verf.
Gesprek nadien: Wanneer stap ik naar anderen? Wanneer verwacht ik dat anderen de stap naar mij zetten? Waarom stap ik wel/niet naar iemand anders toe? Hoe zet ik stappen? Schuchter, vastberaden, twijfelend…

 

Pak 4: blinddoek:

Thema: samenwerken/vertrouwen

Opdracht: Tot de keukenwekker terug afloopt, moet steeds iemand van de groep geblinddoekt lopen, de anderen leiden hem/haar. De leerlingen mogen afwisselen.

 

Pak 5: Strookjes aan touw – touw – stiften

Thema: mooie momenten

opdracht: ieder lid krijgt één strookje aan een touw en schrijft hierop een mooi moment van de bosklas. Schrijf aan de andere kant een mooi moment die je wenst aan een ander, die je misschien niet zo goed kent.
Gesprek nadien: Wat maakt dat dat moment zo’n mooi moment was? Wat is mijn aandeel in dat moment? Waarom vind je een moment mooi?
Afsluiting ’s avonds:
We komen samen met alle leerlingen. We bekijken de resultaten van de dag. Ieder brengt zijn touwtje met strook mee en er worden vanuit de groep een aantal mooie momenten opgenoemd. Leerlingen die willen verklaren hun wens. We hangen de strookjes aan onze wensballon. We sluiten af met een verhaal en lied (nog nader te bepalen). Daarna laten we de wensballonnen op.

 

De opdrachten:

 

Opdracht 1

Je bent op een rustige plek aangekomen. Zoek straks een plaats waar je een kort momentje alleen kan zijn. Laat je niet afleiden door anderen, probeer héél even op jezelf te zijn en te genieten van de stilte om je heen.

Sta even stil bij het volgende en schrijf het daarna bij de klok:

Je bent alleen in de natuur. Stel je even voor dat je slechts 24 uur krijgt, éénmaal. Wat ga je met die tijd doen. Wat wordt je ‘kwali-tijd?’

Geef je briefje af aan de begeleider(s). De begeleiders delen de ‘klokken’ uit. Geniet van de stilte en zoek nu je plekje op.

 

(Je mag de wekker weer helemaal rond draaien)

 

Opdracht 2

Ga even zitten met de hele groep. Laat de begeleider het volgende verhaal vertellen over ‘de juiste weg kiezen’.

Achteraf kan je een kort gesprekje houden.

Verhaal:

Een meisje begon vol goede moed aan de beklimming van een berg. Ze wilde alles zien en genieten van elke bocht en elk uitzicht. Na 50 meter kwam ze al voor een splitsing. Wat nu? Als ze koos voor het linkerpad, dan miste ze alle dingen die ze zou zien als ze voor het rechterpad koos. Eerst was ze ontgoocheld en dan boos, maar kiezen moest ze wel, want anders kwam ze niet vooruit. Ze koos dan maar de weg naar rechts. 100 meter verder na een scherpe bocht stond ze plots op een kruispunt. Ze kon nu 3 kanten uit, want terugkeren deed ze niet. Mopperend koos ze de weg rechtdoor en tijdens het stappen bleef ze maar denken aan al die dingen en uitzichten die ze niet zou zien.

Toen ze eindelijk bovenkwam en stil keek naar het prachtige panorama, moest ze glimlachen. Pas nu zag ze hoe mooi de beklimming wel was. Nu zag ze de mooie keien van de kleine waterval aan de splitsing van de weg. Wat verder aan het kruispunt zag ze hoe mooi groen de kruin van de oude boom was. De bloemen langs de weg leken van hieruit wel een bloemenlint.

Toen de zon rood begon te kleuren aan de horizon, ging het meisje terug naar huis. En ze zag mooie dingen langs de weg, want ze had ze gezien van bovenuit.

Opdracht: Op de volgende 2 kruispunten of splitsingen kop of let spelen (indien mogelijk)

 

Opdracht 3

‘Iemand de hand reiken’, iemand een ‘handje helpen’, een ‘handje toesteken’, … We proberen tijdens deze tocht, deze week, het hele schooljaar mekaar te helpen.

Hoe doe jij dat? Denk er even over na; zeg het voor de groep en zet je handafdruk op het doek.

Achteraf kan je een kort gesprekje houden.

 

Opdracht 4

Ken jij dat ook, blind vertrouwen? Iemand zo goed kennen dat je die persoon ‘blindelings’ vertrouwt.

Opdracht: Tot de volgende opdracht zorgen we ervoor dat 1 persoon geblinddoekt is, je mag afwisselen. Geef de blinddoek dus door, maar probeer mekaar zo goed mogelijk te begeleiden.

Geef ‘de blinde’ het gevoel dat hij of zij iedereen kan vetrouwen. Dit is geen spel!

 

Opdracht 5

We zijn bijna aan het einde van de tocht. Nog even tijd om ‘stil te staan’. We zijn samen op weg geweest, hebben veel nagedacht, hebben kunnen genieten.

Opdracht: Zoek opnieuw je eigen plekje op. Je krijgt een strookje met een touwtje.

Schrijf aan de ene kant een herinnering die je al beleefde. Aan de andere kant schrijf je een wens, jouw ultieme wens, wat wens jij aan een ander?

Knoop daarna het touwtje aan je rugzak.Breng het strookje vanavond terug mee.